| Plan: | Bestemmingsplan Wheermolen 2010 |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0439.BPWM2010-on01 |
Archeologische waarde (dubbelbestemming)
In de Wet op de archeologische monumentenzorg (een wijziging van de Monumentenwet 1988) is geregeld dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan.
Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig te worden betrokken in de afweging tussen het te beschermen bodemarchief en andere maatschappelijke belangen. De gemeente Purmerend heeft een eigen archeologiebeleid opgesteld. Onderdeel van dit beleid zijn de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van Purmerend. De archeologische verwachtingskaart voorspelt de verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen. Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart is de basis geweest voor het opstellen van de beleidsadvieskaart. De beleidsadvieskaart wordt gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en geeft de maatregelen aan die van toepassing zijn bij bodemingrepen.
Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg. De opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten worden als leidraad gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het bestemmingsplan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden.
De archeologische verwachtingskaart van de gemeente Purmerend laat zien dat het plangebied is gesitueerd in een gebied met een lage kans op archeologische sporen. Langs de middeleeuwse ontginningassen is de kans op archeologische sporen echter middelhoog.
Ter plaatse van een lage archeologische verwachtingswaarde is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Ter plaatse van een middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden, waarbij de bodemverstoring meer dan 500 m2 beslaat en dieper dan 0,50 cm onder maaiveld, eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau.
Herontwikkeling Wheermolen West
Door ADC-Archeo Projecten is een bureauonderzoek verricht in de herontwikkelinglocatie Wheermolen West (Parkzone en de Driehoek) met het oog op de huidige ontwikkelingen (hoofdstuk 6). Op grond van de verzamelde archeologische en aardwetenschappelijke informatie is het mogelijk (doch niet waarschijnlijk) dat in de herontwikkelingslocatie Wheermolen West archeologische resten voorkomen van de Steentijd (Pleistocene zand) en de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd (Hollandveen). De kans op het voorkomen van dergelijke resten is laag. De top van het Pleistocene zand is namelijk geërodeerd tijdens de vorming van het mariene kleipakket en het veen is ontgonnen. Tot aan de bouw van de huidige bebouwing was dit gebied alleen in gebruik als landbouwgrond (weilanden). Door de huidige bebouwing zijn eventuele resten van de Nieuwe tijd hoogstwaarschijnlijk helemaal verdwenen. Er zijn geen aanwijzingen voor archeologische waarden op de herontwikkelingslocatie Wheermolen West.
ADC adviseert om in de herontwikkelinglocatie geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. De uitvoerders van het grondwerk worden gewezen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, zoals aangegeven in de Monumentenwet 1988, artikel 47, lid 1.